Onderzoek

08-12-2006 00:00:00 Stage

Opinionbar Samen met Tom ben ik al een hele week bezig met het maken van een onderzoek onder de huidige leden van Opinionbar. Dit is alles behalve makkelijk. Dacht ik voorheen dat een vraag stellen en daar op antwoord krijgen toch niet zo moeilijk is... Daar kom ik dan nu op terug. Wat een werk is dat. Wil je goede gegevens hebben dan komen er heel wat factoren bij kijken. De vraag moet zo gesteld worden dat je de ondervraagde beďnvloed in zijn keuze/antwoord. Nu lijkt dit logisch (is het ook) maar als je daar continue bij stil staat begint dit opeens echt logische te worden. Nu zijn Tom en ik niet echt sterren in het maken van onderzoeksvragen. Hebben wij dus even geluk dat we op een onderzoeksbureau stage lopen. Genoeg gecrediteerde personen die hier rond lopen om ons te helpen. Na dat we een standaard Website-Onderzoek hebben gekregen van een collega, zijn we begonnen met het voorbereidende werk. Een x aantal vragen opstellen die betrekking hebben op Opinionbar. Daarvoor zijn we tussen de bedrijven door met collega's in gesprek gegaan. Wat zij ondervinden binnen OpinionBar en onder haar gebruikers. Daarnaast is er een overzicht gemaakt van veel voorkomende vragen die we binnen krijgen op de Helpdesk. Hierdoor hebben we een goed inzicht in problemen die vaak voorkomen. Uit al deze onderdelen zijn een aantal vragen opgesteld, zoals gezegd. Na dat we de grote lijnen hebben bepaald, zijn we in gesprek gegaan met iemand die meer van vraagstellingen af weet. Zij heeft ons gewezen waar bij ons de vragen anders moeten. Zo dat alles meetbaar en betrouwbaar blijft. Een aantal dingen waar rekening mee moet worden gehouden bij vraagstellingen. S = slecht G = goe EENVOUDIGE TAAL: DE 7 ZONDEN BIJ HET MAKEN VAN VRAGEN 1. Maak korte zinnen (niet langer dan 10 woorden) S• Staat u positief, neutraal of negatief tegenover het feit dat de overheid op die manier burgers informeert? (18 woorden) G• Hoe vindt u het om op die manier informatie te krijgen (10 woorden) ========================= 2. Stel niet meerdere vragen in één vraag Heeft u in de afgelopen weken gebruik gemaakt van de belastingtelefoon of de website van de Belastingdienst? S• Heeft u in de afgelopen weken de belastingtelefoon gebeld? G• Heeft u in de afgelopen weken de website van de Belastingdienst bezocht? ========================= 3. Varieer niet in puntsschalen Dus niet de ene keer een 7-puntsschaal, dan weer 10-, 5 of 4-puntsschaal ========================= 4. Maak schalen met uitgeschreven waarden Hoe groot is de kans op………? zeer klein 0|0|0|0|0|0 zeer groot Hoe groot is de kans op……? 1. zeer klein 2. klein 3. niet groot, niet klein 4. groot 5. zeer groot 9. ik weet het niet/ik heb geen mening ========================= 5. Maak actieve zinnen Slecht | Goed • De volgende maatregelen worden genomen | … neemt de volgende maatregelen • Met ‘bijverdiensten’ wordt bedoeld…. | Bijverdiensten zijn… ========================= 6. Gebruik geen tangconstructies Probeer dus werkwoorden (die bij elkaar horen) bij elkaar te zetten óf gebruik 1 werkwoord. S• Heeft u het afgelopen jaar wel eens als passagier achter in een auto meegereisd? G• Was u het afgelopen jaar wel eens passagier achter in een auto? ========================= 7. Gebruik geen keten van voorzetsels en bijzinnen S• In hoeverre heeft u het gevoel dat u zelf ook een bijdrage kunt leveren aan het verkleinen van de kans op… G• Kunt u zelf de kans verkleinen op………? ========================= EENVOUDIGE TAAL: DE 7 ZONDEN BIJ HET GEBRUIK VAN WOORDEN 1. Laat overbodige (werk)woorden weg Kunt u aangeven in hoeverre u vindt dat de campagne van invloed is geweest op…. Hoeveel invloed heeft de campagne gehad op….. ========================= 2. Gebruik een directe aanspreekvorm Slecht | Goed • Nu volgen enkele vragen over… | Nu stellen we u enkele vragen over… • Heeft uw huishouden thuis…… | Heeft u thuis een… ========================= 3. Geef voorbeelden als je een ingewikkeld woord niet kunt vervangen instanties Postbus 51 instellingen Campagne tal van onderwerpen Gemeentelijke overheden ========================= 4. Gebruik hoogfrequente woorden (woorden die veel voorkomen) Slecht | Goed • dagelijks | iedere dag • doorgaans | meestal • echter | maar • indien | als • personal computer/pc | computer • informatie verschaffen | informatie geven • aanschaffen | kopen • nogmaals | nog een keer ========================= 5. Gebruik geen figuurlijke taal of uitdrukkingen Slecht | Goed • Wat is uw houding ten opzichte van… | Wat vindt u van…… • In het kader van…. | Die te maken hebben met • Heeft u behoefte aan.. | Wilt u graag… • Welke uitspraak is op u van toepassing | Welke uitspraak past bij u • Op welke wijze… | Hoe… • In welke mate bent u geďnteresseerd in. | Hoeveel interesse heeft u in…. • Heeft u gebruik gemaakt van… | Heeft u … gebruikt • Het onderzoek neemt 1 minuut in beslag | Het onderzoek duurt 1 minuut ========================= 6. Gebruik geen woorden met een dubbele betekenis boodschap geen enkel vertrouwen goede zaak 7. Gebruik geen lange (samengestelde) woorden terrorismebestrijding, freelance-inkomsten « terug